Hier volgt informatie uit de pagina’s 98-110 uit zijn boekje:
DEEL II – Een kerk aan Driehuis
Kerkgeschiedenis van de parochie Sint Jan de Doper
Mijdrecht-Wilnis
door C. Verwoerd c.m. oud-parochiaan
(niet in de handel)
Missiehuis Panningen.

 

EEN KERK AAN DRIEHUIS

Pastoor JOANNES VAN ENGELEN (1779-1795),

bouwer van de eerste kerk voor Mijdrecht en Wilnis samen “op de confiniën” van de twee gerechten (=gemeenten) – l780.

Tot dusverre hadden Mijdrecht en Wilnis sinds de Hervorming gekerkt in twee eigen schuurkerkjes, of Godshuijzen, zoals deze ook werden genoemd. Het Godshuijs van Wilnis vonden we voor ‘t eerst vermeld onder pastoor Galleani, in 1759. Maar er staat niet dat het toen pas begon. Mogelijk dateerde het ook wel van omstreeks de dertiger jaren van de XVIIe eeuw. Schuurkerken: die mochten van buiten niets bijzonders te zien geven. Zo bepaalden het De Staten van Holland.

De nieuwe pastoor was geboren te Bunnik in 1748. Hij had gestudeerd aan het Seminarie van Douay, in Noord-Frankrijk, en werd in 1777 priester gewijd. Zijn eerste, weliswaar korte standplaats als kapelaan was Mijdrecht, maar nog in hetzelfde jaar werd hij geadmitteerd door de Burgemeesteren van Utrecht als pastoor van het kerkje in de Jerusalemsteeg. Hij stond om zijn talenten en vroomheid goed aangeschreven.

Om hem voor te stellen aan de Weled. Grootachtbaren Heer Asch van Wijk, Pre President Burgemeester der stad Utrecht, schreef de toenmalige Aartspriester H. Berentzen op 10 december 1777 als volgt:

“Ik heb mij gevleid gehad om bij deze gelegenheid aan veelen in de stad Utrecht plaisier te doen met den Heer Joannes van Engelen de zending als pastoor te bezorgen in ‘t Jerusalemsteegje.

0ndertusschen, wanneer ik meende die zaak in goede ordre te hebben, had ik zelf het displaisir van in hem te ontmoeten een soort van onoverwinnelijke tegenstrijdigheid en timiditeyt. Ik had er spijt van; en dewijl Hun Edel Groot-Achtb. behaagd heeft om aan de gemeente in ‘t Jeruzalemsteegje vergaderende goedgunstig te verleerden een uitstel van vier weken, heb ik mijne instanties hervat om hem over te halen, gelijk ik ook daarop het genoegen heb gehad mijn oogmerk te bereiken. Inderdaad, allen die de fraaie kunsten en wetenschappen beminnen zullen plaisir hebben term kennis met hem te maken en te onderhouden. Want deze getuigenis kan ik van hem geven, dat hij behalve zijn does (=zacht) humeur gansch niet onbedreven is in de voornaamste wetenschappen, die het cieraat den mensch aanbrengen, als de kennis van verscheidene taalen, de Mathesis, de Geometrie, de Algebra, de Astronomie, de Historie en vooral de Phisica of natuurkunde. Dienvolgens heb ik de eer om hem aan UwEdele GrootAchtb. te presenteeren, dat het dezelve behagen moge, om hem als pastoor in ‘t Jerusalemsteegje te admitteeren. Hij is een Roomsch Werelds Priester, geboortig van Bunnik binnen, deze provincie, van een voorbeeldig gedrag, en dienvolgens zodanig als Hun Weled. GrootAchtb. requireeren; twijfele ook geensins of hij zal de verwachting, die van hem is, ten volle beantwoorden. Heb de eer van mij met alle hoogachting te onderteekenen,

U Weledel GrootAchtbaarheids ootmoedigste

en onderdanigste dienaar

Maarssen den 9 dec. 1777. get. H.Berendltzen.

Helaas voor Utrecht, niet echter voor Mijdrecht-Wilnis, kon Joannes VAN ENGELEN te Utrecht aan het stadsleven niet wennen, en na een goed jaar herinnerde hij de Aartspriester aan de gedane belofte dat in geval hij niet aan de stad zou kunnen gewennen, deze hem naar gelegenheid van omstandigheden een. andere statie zou bezorgen. De pastorie van Mijdrecht en Wilnis was vacant geworden, waar hij. zo veele jaren (Ho, ho, Heer Aartspriester, dat was slechts enkele maanden!! Maar zich vergissen is menselijk.) … En zo kwam pastoor Engelen weer in Mijdrecht en Wilnis terug: 26 maart 1779 (bron: A.A.U. Dl V(1878) blz. 210/211).

Nieuwe kerk voor de twee gemeenten.

Nog geen jaar later zou men ondervinden dat de hoedanigheden “van kennis en wetenschappen die den mensch het cieraat aanbrengen” geen loos complimentje waren, maar werkelijkheid. Nadat er in het voorbije jaar zeker flink over en weer was gepraat compareerden op 2 april 1780 voor Gysbert van bork, notaris hoofs(=van ‘t Hof) van Utrecht, Resideerende te Mijdrecht, in presentie van de nabenoemde getuijgen …

“De Heer Johannes van Engelen Pastoor der Roomschgezinde gemeente van Mijdrecht en Wilnis, Willem van Leeuwen als met en benevens Hendrik van der Geer kerkmr der voorseijde gemeente onder Mijdrecht, en Frans van der Meer die benevens Huybert Voet kerkmeester is der opgemlde gemeente onder Wilnis wonende de twee eerste comparanten alhier en de derde te Oudhuijsen, alle mij Notaris en getuijgen bekent. Dewelke verklaarde in de beste en “bestendigste wijze Rechtens te constitueeren ende magtig te maaken in Chragt deses Hendrik van der Geer meede Kerkmeester van voorseijde gemeente onder Mijdrecht, en Huijbert Voet onder Wilnis, te zamen, specialijk omme meede namens ende van weegens de comparanten in derselver gem: qualit. : bij de Edele Mog. Heeren Staten ‘s Lands van Utrecht, ofte derselver haar Ed.MogtOrdens Gedeputeerde, bij Request te doen verzoeken Verplaatsinge vande beijde Kerk-huijsen en ‘t Pastoors-huijs der gecombineerde Roomsch gezinde gemeentens de gerechten onder Mijdrecht en Wilnis op ene voor beijde die gemeentens convinabele (=behoorlijk, passend)plaats op de confiniën van die beijde Gerechten in één kerk-huijs daar toe te bouwen, ten dien eijnden nae Utrecht te reijsen, patrocini (=hulp, bijstand) van een of meer “Advocaaten te verzoeken, daar meede te consulteeren en ter plaatse gemelt doen en handelen als sij geconstitueerde oordeelen zullen goet en nuttig te weesen  .….

Aldus gepasseert te Mijdrecht in presentie van Iasper van Heumen en Harmanus van Wijngaarden als getuijgen.

   (oud) Attestor (=Hetgeen ik getuijg)

   (w.g.) G: van Bork, Nots.

In het Request dat te Utrecht aan de Edele Mog: Heeren Gedeputeerden werd aangeboden, werd de toestand in ‘t kort nader omschreven:

“Geeven hoodmoediglijk te kennen de Pastoor en Kerkmeesteren van de Roomsch Catholijke Gemeente onder de Gerechten van Mijdrecht en Wilnis, dat de voorschreven Gemeente sedert onheuglijke tijden “hun Godsdienstoefening houd in twee Kerkhuysen, staande het een onder den Gerechte van Mijdrecht, en het andere “onder Wilnis; doch welke beide Kerken door Eénen Pastoor, woonachtig onder Mijdrecht, worden bediend. ; omdat de Gemeente “onder ieder der beide Gerechten behorende niet in staat is voor sig alleen een Pastoor te onderhouden; dat het kerkhuys en wooning van. den Pastoor onder Mijdrecht thans zeer bouwvallig is geworden, en importante reparatiën of wel een geheele “vernieuwing zoude vorderen ; dat bovendien het kerkhuys onder “Wilnis voor de gecombineerde-Gemeente te klein is, en mede geen geringe reparatie telkens nodig heeft, dat het onderhouden van deeze twee Kerkhuysen dus tot een merkelijk beswaar voor de Gemeente verstrekt, dat de Supplianten met voorkennis en reeds “gegeve toestemming van de Voornaamste Hunner Gemeente wel genegen zouden zijn tot menagement (=beperking, vermindering) van “kosten van onderhoud, en meerder gemak voor de Gemeente, in plaatse ” van de twee Kerkhuysen, onder Mijdrecht en Wilnis nu bestaande, Eén Nieuw “Kerkhuys en Pastorie te stellen op de confiniën van “beide de “Gerechten van Mijdrecht en Wilnis ter plaatse van ouds Driehuys “genaamt;.’..etc.

(was getekend ) W. Graeyvanger.

(bron: Archief Mijdrecht-Wilnis, pastorie)

De toestemming van de Staten ‘s Lands kwam, na gezien te hebben het bericht dienaangaande van Baljuw en de Gerechten van Mijdrecht en Wilnis, dato 4 april 1780, en was gegeven te Utrecht den 18 April 1780.

     (w.g.)Ter ordonnantie

     M. van Visconti,

Eerste steen en aannemer

Twee maanden later werd de Eerste Steen gelegd. Ze werd ongeveer 19 jaar gelegen toevallig teruggevonden door De Heer W.A. Blom, toen koster der tegenwoordige kerk, op 26 november 1957. Het opschrift luidde:

D.O.M.

DIRK VAN DE GEER

HEEFT VAN DIT GODSHUYS

DEN EERSTEN STEEN

GELEGT DEN 27 JUNY 1780.

Genoemde DIRK was het zoontje van de reeds in voorgaande acten ontmoete Hendrik van der Geer. Vader Hendrik was vele jaren kerkmeester van Mijdrecht, en heeft ook nevens zijn oom Jacobus van der Geer, Huijbert Voet en Pieter van Heumen het groot werk van de nieuwe kerk en pastorie gedirigeerd, en heeft het werk na het overlijden van de drie laatste genoemden voortgezet en voltooid, en gedirigeerd tot aan den dag van zijn dood toe, te weten den 30sten Juli 1809 Zo lazen we aan het “begin van het nieuwe “Ontvangst en Uitgavenboek voor de Roomsch Catholijke Gemeente van Mijdrecht en Wilnis, begonnen met den jaare 1810. (bron: Archief parochie Mijdrecht-Wilnis.

Dat lijkt toch wel op aannemer zijn.

Kerkmeester van der Geer, die tevens penningmeester van het Kerkbestuur was, had voor de kerk nog een batig saldo over van 900 gulden, l stuiver en 14 penningen, toen hij kwam te sterven.

De fondsen

Een ander document uit de pastorie te Mijdrecht licht ons in omtrent de nodige gelden voor de bouw. Het is blijkbaar slechts een copie of ontwerp van een te contracteren stuk voor de notaris. Het is niet ondertekend.

Het bevat een aanvraag om “eenig obligatiën/ten behoeve van de voorschreven gemeentens aangekocht of belegd / publiek te mogen verkopen en te gelde te maken, door de Notaris en Makelaar Dirk Wernard van Vloten te Utrecht, n.l. :

a. — Een obligatie groot vijf honderd Guldens Capitaal ten laste van ‘t eene deel der Generale Middelen ‘s Lands van Utrecht, beleid(=belegd) bij de gemeente van Wilnis gedateert en geaggt de 1° December 1775 bovenaan N° 7831 onderaan 2695.

b. — Een dito groot Een duijsend Gulden Capitaal ten laste van ‘t eene deel der Generale Middelen fs Lands van Utrecht beleid bij de Roomsche gemeente te Mijdrecht gedateert en geaggt 1° Deceemb. 1775 bovenaan N. 7080 onderaan 2657.

c — Een groot Eén duijsend gulden Capitaal ten laste van ‘t anderdeel der Generale Middelen ‘s Lands van Utrecht

staande ten name van de Heer Mr lohan Vervelst, Secretaris vanden Ed: Achtb: Gerechte der Stad Utrecht, gedateert den 1° October 1695 en geaggt de 18e Feb. 1696 onderaan Roelans.

d. — Een groot vijf Hondert Gulden staande ten namen van Regina Munniks gedateert den 14e Junij 1731 en geaggt den 8e August 1731 onderaan 421.”

Alles te samen een bedrag van 3500 Gulden.

Zorg voor de armen. Oecumene?

(HB pater Vewoerd gaat verder met een mooi tijdsbeeld): armenzorg met as)

We weten ook iets over de armenzorg, in diezelfde tijd. Het geschiedde op een bijzondere manier. In de pastorie te Mijdrecht wordt bewaard een boek met perkamenten omslag, dat begint met de titel: “Reekening Boek van de Asch te Mijdrecht ten voordeele van de Diaconie en Roomsche Armen. Beginnende Het den jaare 1780.”

En dan lezen we verder ;

“Reekening weegens soodanige ontfangst en uytgaaf weegens de opgehaalde Haard-Assche onder Mijdrecht aan ‘t dorp en te waater door de Gereformeerde en Roomsche Armen is gehad en gedaan. Aanvang nemende weegens Deze hier voor de Eerste Reyse in ‘t net gestelde Reekening, den pmo (=Primo) Augustus 1779 als aan ‘t waater en dorp.”

Het boek lijkt een zaak te zijn louter van ‘t Gerecht Mijdrecht, zonder Wilnis er bij. Maar Wilnis had eveneens zijn Asch-schuur, op de plaats waar destijds Aart van Schaik zijn kruidenierswinkel had.

Het Asch-Boek gaat tot Juny 1838. – De Asch bevat potassium

dat als mest voor ‘t land nuttig was.

Als diverse posten vinden we: : het ophalen van de as, het werken in de asschuur, het laden van de schepen of “bokken” en het, vervoer naar de wetering, en ten slotte ook nog de post (er werd ook gedronken ): genever.

Voor enig inzicht ziehier een gedeeltelijk verslag:

1779

den 10 nov. van P.de Pester wegens een restant

van de voorige Reekening de som van              197—

1780

9 maart weegens afgeleverde Assche ontfangen      538-2-

10 Juny weegens 1300 Tonne Assche ad. 8 sts                520—

dus den geheele ontfang monteer Nots             1255-2-

Opbrengst Haard Assche te Mijdrecht van 28 Juny

1780 tot 28 Nov. 1781                            3439—

Wat de prijs van de Asch betreft:

    feb. 1300 tonne 520 gld.

    apr. 1300 tonne 510  ,,

    mey  1300 tonne 490  ,,

    oct. 1300 tonne 520  ,,

    nov. 1300 tonne 520  ,,

Enige schommeling in de prijs dus.

Volgens het gebruik werd bij het afleveren een borrel gedronken:

          soms 2 flessen genever à l.00 gulden.

    soms 3 flessen         à 1.10 gulden.

Eindsom van het jaar:

Ontfangst                                     3493 gulden.

Uitgaaf                                       1797 gld. 6-14

Alsoo voor de Geref. en Roomsche arme

 

Verdeling: de Geref.Diaconie de een/tweede    847-16-9

de Roomsche armen

     hier aan het dorp          een/tweede    423-18-4½

            aan de Amstel                 item       423-18–4½

Om deze manier van rekenen te begrijpen bedenke men ‘t volgende:

l gulden is 20 stuivers.

l stuiver is 16 penningen, of 8 duiten.

l duit is 2 penningen. – 4 duitens is ½ stuiver.

l oortje is 1/4 stuiver, of 4 penningen.

In de drie-getallen kolom is het eerste getal van de guldens

        het tweede van de stuivers

        het derde van de penningen.

Intussen ging het gewone leven ook door. Pastoor van Engelen kon dan met vreugde de nieuwe kerk in bezit nemen op 6 augustus 1782, de dag waarop de kerk werd ingezegend, en hij zou er nog dertien jaar van genieten. Vanaf zijn komst op 26 maart 1779 tot aan zijn vertrek op 11 juli 1795 kon hij ongeveer 100 huwelijken inzegenen, dat is gemiddeld 6 par jaar, soms maar 3, soms 4, 5. Maar in 1782 kwam men in de nieuwe kerk tot het hoogste getal, n.l. : 11. Er zullen er wel geweest zijn die gewacht hebben om in die mooiere omgeving hun verbintenis te sluiten.

Het heengaan van pastoor VAN ENGELEN:

Zoals gezegd verliet pastoor VAN ENGELEN – zeker met enig hartzeer — de hem dierbaar geworden parochie, maar het was omdat zijn Overheid, Nuntius Brancadoro, hem tot een voornamere post riep. Hij werd als hulp aangesteld van de Aartspriester Henricus Berendzen, die hij twee jaar later, in 1797 als zodanig zou vervangen. In dat jaar na korte tijd te Weesp te hebben gestaan werd hij pastoor te Maarssen, waar hij op 29 april 1810 overleed. Hij werd bijgezet in de grafkelder van Jonkheer Wikkevorst (bron: L.J. v.d. Heijden. Kerkgesch. Ronde Venen. blz. 22).

 tot zover pater Verwoerd.